Home > Reizen naar IJsland > Reizen naar IJsland – Mooie plekjes (1)

Reizen naar IJsland – Mooie plekjes (1)

In dit stuk overloop ik een aantal interessante plaatsen op IJsland.  Hierbij volg ik globaal gezien vanuit Reykjavik de ringweg tegenwijzerszin.  Dit is de meest gebruikte richting omdat je dan ‘wind in de rug hebt’.  Sommige mensen verkiezen echter de ringweg in wijzerszin te volgen omdat ze dan aan de ‘binnenkant’ van het eiland rijden en dus minder last hebben van de steile kliffen zonder vangrails als de weg langs de kust loopt (vooral in de oostfjorden).

Wanneer je met het vliegtuig landt passeer je op weg naar Reykjavik de meest bekende toeristische attactie van IJsland: The Blue Lagoon, een kuuroord met melkblauw water met -naar men zegt- helende eigenschappen.  Die Blue Lagoon doe je echter beter aan op je laatste dag IJsland, als afsluitertje en om eens te genieten na een wellicht vaak lastige reis.

Over Reykjavik zelf heb ik niet zoveel te vertellen, mij kwam het eerder als een nogal saaie en onsympathieke stad over.  Het ‘beruchte’ uitgaansleven op vrijdag- en zaterdagavond moet je wel zeker eens meegemaakt hebben, maar zorg dat je geen massa’s uitgeeft, alcohol is verschrikkelijk duur op IJsland.  Wanneer je Reykjavik buitenrijdt richting zuidoosten passeer je onderandere de geothermische centrales waar men het warme water voor Reykjavik uit de grond haalt.  Verder passeer je ook, als ik mij niet vergis, enkele geothermisch verwarmde serres waar men o.a. tomaten kweekt, die overigens nog steeds duurder zijn dan de al dure geïmporteerde tomaten.

Wie Landmannalaugar wil aandoen kan vanop de ringweg weg 26 nemen en daarna de F208 (voor gewone auto’s) of de kortere F225 (voor 4×4 vanwege de rivierdoorsteken maar een zéér mooie weg).  Het is een heel eind rijden (en je kan het ook op het einde van je reis aandoen, bvb. na een bezoek aan Thingsvellir) maar absoluut de moeite waard,  Landmannalaugar is voor mij één van de mooiste plaatsen ter wereld, en de plek waar de Laugavegur, IJslands beroemdste trektocht, vertrekt.  Onderweg naar Lanmannalaugar heb je zicht op de Hekla, een (actieve?) vulkaan en volgens oude verhalen de poort naar de hel.  Verder naar Landmannalaugar wordt het landschap, zeker als je de F225 neemt, steeds hallucinanter, tot je in Landmannalaugar aankomt waar je bergen in werkelijk alle mogelijke kleuren hebt.  Je hebt er ook een heetwaterriviertje waar je in kan gaan zwemmen.  In Landmannalaugar zelf is er een berghut en een camping.  Wie met een gewone auto komt moet echter nog een stukje (0,5 km) te voet doen omdat er vlak voor Landmannalaugar een rivierdoorsteek is.
Vanuit Landmannalaugar vertrekt de Laugavegur trektocht richting Thorsmork (en Skogar voor de waaghalzen zonder hoogtevrees), het mooiste stuk is echter de eerste etappe tot de Hraftinusker-hut.  Je kan bijvoorbeeld in één dag naar de hut trekken en de volgende dag terugkeren (ongeveer 15km heen), als het weer echter meezit en je vroeg genoeg vertrekt kan je in één dag heen en terug, of je kan een deel van de tocht doen.  Onderweg kom je een aantal mini-geisertjes tegen.  Heel belangrijk is dat je een goeie kaart of gps hebt, er kan snel mist opzetten waardoor je nog maar amper enkele meters voor u ziet, daarom dat er op de hoger gelegen stukken om de paar meter een stok staat.

Als je verder de ringweg richting zuidoosten volgt passeer je enkele mooie watervallen.  Het meest interessant is om er een ‘watervallendag’ van te maken.  De interessantste zijn de Sejlandsfoss waar je ook achter de waterval kan lopen.  Minder bekend is zijn buur Glufrafoss, iets meer naar het noorden, die verborgen ligt achter enkele rotsen.  Je moet door het ijskoude water om de waterval te zien maar ‘t is wel een hele mooie.

Als je verderrijdt heb je de bekende Skogafoss, een zeer mooie waterval.  Je kan enkel voor de Skogafoss gaan, of je neemt het pad naar omhoog en passeert nog tientallen andere mooie watervallen.  Dit pad is in omgekeerde richting trouwens het verlengde van de Laugavegur trektocht, de kans zit er dus dik in dat je enkel backpackers kruist.

Verder naar het oosten kan je nog stoppen bij Dyrholaey (vlakbij Vik), het meest zuidelijke punt van IJsland.  Hier heb je een vogelrots waar je papegaaiduikers tot op enkele meters kan naderen en je ze in de zee naar vis ziet duiken.

Wanneer je vanuit Vik verderrijdt verandert het landschap volledig in lavavelden (Eldhraun) en later een kale zwarte spoelzandvlakte, een zeer bijzonder uitzicht.  Om de zoveel jaar overstroomt deze vlakte door water dat door de Vatnajokull gletsjer breekt.  Die Vatnajokull zie je trouwens stilletjesaan opdoemen, tot de ringweg quasi aan de rand van de gletsjer komt.  Hier ben je in Skaftafell Nationaal Park, waar je onderandere de Svartifoss waterval hebt (eentje die je in veel boekjes over IJsland tegenkomt).  Verder kan je hier mooie wandelingen met zicht op de gletsjer maken of onder begeleiding van een gids een tocht(je) op de gletsjer maken.  Vanuit Skaftafell vertrekken zelfs tochten naar de hoogste berg van IJsland.

De volgende stop is één van IJslands meest bekende en mooiste plekjes: Jokulsarlon, het beroemde gletsjermeer waar honderden enorme ijsblokken op ronddrijven.  Het is mogelijk met een soort amfibievoertuig op het meer rond te varen, al vind ik dat zijn geld niet waard, het uitzicht is minstens even mooi langs de rand van het meer.  Vergeet ook niet naar de kust te gaan waar soms hele ijsklompen aanspoelen.  In het gletsjermeer zijn ook vaak zeehonden te spotten én hier heeft men een James Bond film (Die another Day) verfilmd.

Eenmaal voorbij Jokulsarlon is het meest interessante van zuid en oost IJsland voorbij, de meeste mensen rijden dan ook door tot noord IJsland.  Meer daarover in het volgende stuk.

Categories: Reizen naar IJsland Tags: ,
  1. No comments yet.
  1. No trackbacks yet.