Reizen naar IJsland – Mooie plekjes (2)
Wanneer je de ringweg in tegenwijzerszin richting noordoosten volgt passeer je Egilsstadir. Van hieruit vertrekt weg 93 naar Seydisfjordur waar de veerboot van en naar Denemarken vertrekt. Je rijdt er over een mooie pas met talloze watervallen. Wanneer we de ringweg verder naar het Noorden volgen, passeren we de wegen 864 en F862. Beide wegen gaan elk langs een kant van de kloof die de Jökulsa a fjöllum rivier doorsnijdt, in deze kloof ligt onderandere de Dettifoss, Europa’s krachtigste waterval met een enorm debiet, en zijn kleinere broertjes. Je kan de waterval langs beide kanten zien maar je hebt het mooiste uitzicht vanop de westerlijke zijde via de F862, deze weg is echter enkel te berijden met een 4×4. Langs deze kant slingert zich ook een mooi wandelpad door de kloof waar je onderandere van touwen moet gebruikmaken om langs de rotsen af te dalen. Het pad is aangeduid en staat op een plannetje aan de parking bij de watervallen. Wanneer je de F862 of 864 verder naar het noorden volgt kom je uit in Asbyrgi, een eenzaam rotsplateau waar een grote camping is. Hier vertrekt ook een wandeling langs de rivierkloof waar je tussen diverse basaltformaties in vreemde vormen loopt (je kan deze wandeling ook starten aan de camping bij Hljodaklettar langs de F862).
Na Asbyrgi kan je terug naar de ringweg, of je gaat naar Husavik via de 85. Husavik is bekend om zijn walvissafari’s, je gaat er enkele uren met een boot de zee op om walvissen te spotten. Verder is er ook een walvismuseum, wat toeristische winkeltjes en een (basic) camping.
Na Husavik kan je via de 87 of de 85 naar Myvatn, op Reykjavik en de ‘golden circle’ na wellicht de meest toeristische plaats in IJsland. Myvatn ligt in een geologisch actief gebied en dit is te zien aan het zeer wisselende landschap. Je hebt er onderandere Hverarönd, vlak naast de ringweg, een solfatarenveld waar stoom zo uit de grond spuit en met putten vol kokende modder. Verder kan je er een wandeling op de zwavelbergen maken.
Aan de oostkant van Myvatn kan je Dimmuborgir bezoeken, niet de black metal groep, wel een reeks grillig gevormde lavabergen. Iets verderop ligt de Namafjall, een vulkaan waar je een rondje rond de krater kan wandelen. Meer naar het zuiden van Myvatn liggen ook nog een aantal psoedokraters. Wie wil kan ook nog de berg naast Myvatn beklimmen (de naam ontglipt mij), aan de oostkant van het meer langs weg 848 ligt een (slecht aangeduid) wandelpad naar de top van de berg.
Iets naar het oosten van Myvatn aan weg 863 ligt het Krafla-systeem waar je op een lavaveld van een uitbarsting van de jaren 70 kan wandelen, de lava is nog steeds warm! De warmtekrachtcentrale van Krafla kan je onder begeleiding bezoeken. Tussen Krafla en Myvatn ligt de ‘blue lagoon’ van Noord-IJsland, een absolute aanrader voor wie de IJslandse ‘ontberingen’ eventjes wil vergeten, een stuk rustiger en goedkoper dan de echte blue lagoon.
Na Myvatn trekken we verder richting Akureyri. Onderweg passeren we de Godafoss of ‘waterval van de goden’, een waterval die vaak gebruikt wordt in reclamespotjes en andere filmpjes. In Akureyri zelf kan je de botanische tuin bezoeken waar door het bijzondere klimaat planten groeien die je normaal in zulke noordelijke streken niet terugvindt. Verder is Bautinn, een restaurant niet ver van de haven, een aanrader als je ‘betaalbaar’ en lekker wil eten.
Na Akureyri worden het terug lange autoritten. Wie een 4×4 heeft kan via de F35 een doorsteek naar het zuiden maken. Het noordelijke gedeelte van de weg is goed te doen, het zuidelijke is echter een stuk slechter. Onderweg kom je geen rivierdoorsteken tegen, je moet enkel een klein beekje over.
Anderen kunnen de ringweg verder volgen. Meer naar westen hebben we nog Hvitserkur (weg 711), een rots in de zee in de vorm van een dinosaurus of een draak. Wie veel tijd heeft kan de westelijke fjorden bezoeken, hier wonen nog minder mensen dan in de rest van IJsland. Een aanrader voor wandelaars is Hornstrandir, hier is werklijk ‘niks’ meer, je kan er alleen per boot vanuit Isafjordur komen. Vanuit de westfjorden vertrekt een autoferry naar Stykkisholmur aan de rand van Snaefelsness.
Wie de ringweg verder volgt kan een omweg maken naar Snaefelsness, dit noemt men ‘IJsland in het mini’ omdat hier veel verschijnselen die je overal op IJsland tegenkomt te vinden zijn. De Snaefellsjokull is bekend als vertrekpunt in het verhaal ‘reis naar het midden van de aarde’ van Jules Verne.
Wie de F35 (Kjölur) doorsteekt vindt ongeveer op het midden van deze route Hveravellir waar er terug stoom uit de grond spuit en je een natuurlijk warmwaterbad kan nemen met uitzicht op de Hofsjökull gletsjer. Als je verder de F35 volgt, kom je uit op de Gullfoss, één van IJslands meest bekende watervallen (vanuit het zuiden ook bereikbaar met de gewone wagen, het asfalt loopt tot aan de Gullfoss). Meer naar het zuiden vinden we de bekende Geysir, die helaas nog maar enkele keren per dag een paar meters hoog spuit, en zijn broer de Strokkur die om de 10 minuten een straal van zo’n 20 meter hoog spuit. Een aanrader is de camping vlak naast de geisers, je kan deze dan ‘s nachts wanneer alle toeristen weg zijn bezoeken.
Tussen Geysir en Reykjavik kan je nog Thingvellir bezoeken, hier zie je duidelijk de breuklijn tussen de Europese en de Amerikaanse plaat en kan je in ‘niemandsland’ wandelen. Verder is hier het IJslandse parlement ontstaan. Als afsluiter kan je Reykjavik bezoeken en als afsluiter gaan zwemmen in de Blue Lagoon.
Comments