Archive

Archive for the ‘offline’ Category

Reizen naar IJsland – Praktische zaken

April 14th, 2009 4 comments

Reisdocumenten en invoerbepalingen

Over de reisdocumenten valt niet veel te zeggen: IJsland valt onder de Schengenlanden en dus is een identiteitskaart uit een Schengenland voldoende.  Mogelijk wordt deze aan de grens niet eens gecontroleerd.  Qua invoerbepalingen is IJsland strenger dan de meeste andere Europese landen, een overzicht van wat je al dan niet mag meebrengen vind je hier.  De praktijk leert echter dat er niet zo streng gecontroleerd wordt, maar als je gecontroleerd wordt heb je het natuurlijk wel zitten.  Alcohol is zéér duur en breng je dus best mee.  Vergeet indien nodig ook je rijbewijs niet!

Geld

Als je een kredietkaart hebt heb je zeer weinig cash geld nodig in IJsland.  Vrijwel alles kan met kredietkaart betaald worden, ook de locals doen het zo.  Gezien de zware crisis die momenteel heerst in IJsland is het het meest interessantst om zo laat mogelijk cash geld bij je bank te bestellen of lokaal geld af te halen, bij voorkeur met Maestro gezien de hoge tarieven voor het afhalen van geld met kredietkaart.

Veiligheid

IJsland is één van de,  zoniet het veiligste land ter wereld.  Criminaliteit komt er nauwelijks voor.  Als er al iets gestolen wordt uit bijvoorbeeld je tent, gaat het dan nog meestal om toeristen die elkaar beroven.  Met de huidige crisis en hoge werkloosheid valt het te zien hoe eerlijk de IJslanders dit hoogseizoen zullen blijken maar tot nu toe blijkt dit absoluut geen probleem te zijn.

Dagelijkse omgang

IJslanders gaan informeel met elkaar om.  Buiten in bepaalde exclusieve restaurants kan je overal in vrijetijdskledij rondlopen.  IJslanders komen heel koel en afstandelijk over, en zijn het ook vaak, maar dit moet je niet als ‘onbeleefd’ zien, ze zijn gewoon zo.  Meestal zeggen ze niet meer dan het hoogst noodzakelijke.  Wie naar IJsland trekt om te verbroederen met de locals komt meestal, maar zeker niet altijd, teleurgesteld terug.

Het weer

Het zomerseizoen loopt van midden juni tot midden september.  Het IJslandse weer is zeer wisselvallig maar zeker in juli en augustus is het voldoende warm voor dagdagelijkse activiteiten(15 à 20°C overdag), mits je de correcte kleding meeneemt.  In het binnenland is het overdag iets warmer, ‘s nachts is het dan weer kouder.  Het weer kan zeer snel en onverwachts omslaan, voorzie dus het één en ander als je op een lange wandeltocht vertrekt.  Midden september begint het terug af te koelen en kan het al terug gaan sneeuwen.

Zwembaden

Vrijwel elke plaats heeft een zwembad, handig voor wie op basic campings kampeert.  Veel zwembaden hebben een hotpot met heet water, lekker om eens goed op te warmen.  Voor elke zwembeurd is het verplicht zonder zwemkledij te douchen.  In grote toeristische zwembaden (bvb. Blue Lagoon) zijn er aparte douchecabines voorzien.

Eten

Uit eten is duur, al is dit door de crisis een pak goedkoper geworden.  Wanneer je dan nog eens wijn bij je maaltijd besteld heb je gegarandeerd een gepeperde rekening.  Reken in de supermarkten op prijzen die anderhalf tot dubbel zo hoog zijn als bij ons, zeker qua groenten die dan ook nog eens zeer beperkt zijn in aanbod.  Alleen vis is goedkoop.  Een aanrader voor wie goedkoper wil winkelen zijn de Bonus-winkels (“het roze varkentje”), de IJslandse Aldi.

Rijden

De maximumsnelheid in IJsland is 90km/h buiten de bebouwde kom, 80 op niet-geasfalteerde wegen en 50 in de beboude kom.  Deze snelheden haal je zelden, reken in je reisplanning op een gemiddelde van 50km/h.  Het is verplicht overdag met lichten aan te rijden en verder mag je absoluut niks gedronken hebben.  Op verkeersovertredingen staan zeer hoge boetes.  Opletten ook voor schapen langs de weg, deze steken vaak onverwachts de weg over.  Wanneer je een schaap aanrijdt is de bestuurder automatisch in fout.

Fotografie

Neem drie keer zoveel geheugenkaartjes of film mee als wat je op een “gewone” reis meebrengt, je zal wellicht nog te weinig meehebben.  Zorg ook voor voldoende batterijen.

Elektriciteit

Elektriciteit in IJsland is net als in België 230V, de stekkers zijn dezelfde, je hebt dus geen adapters nodig.

Tanken

Er zijn, behalve in het binnenland, overal tankstations te vinden.  Alle “grote” plaatsen hebben tankstations, sommige hotels hebben ook een tankstation.  De afstand tussen twee tankstations kan vaak meer dan 100km bedragen, op voorhand plannen en je tank niet volledig leegrijden vooraleer terug te tanken zorgt dat je met een gerust hart kan rijden (toen ik in IJsland was heb ik bijna elke dag getankt, onze Jeep Wrangler verbruikte ook wel enorm veel).  Er kan overal Diesel en Benzine 95 getankt worden.  LPG is nergens te verkrijgen, waterstof alleen in Reykjavik.  Wanneer je een lange binnenlandroute (bvb. Sprengisandur) doet heb je extra brandstof nodig.  Voor de Kjölur (F35) is dit normaalgezien niet nodig tenzij je auto enorm veel verbruikt: je hebt voor de Kjölur tanksations in Geysir (zuiden), Blönduos (noorden) en Varmahlid (Noorden).  Daarnaast zijn op de Kjölur een aantal hutten waar in noodgevallen brandstof te krijgen is.

Een kredietkaart is aan te raden en kan overal gebruikt worden.  De betaalinstructies zijn meestal in het IJslands maar met een beetje fantasie of hulp van de lokale bevolking wel begrijpbaar.  Als je met een buitenlandse kredietkaart bij N1 tankt krijg je Engelstalige instructies.  Je moet op de betaalterminal altijd een bedrag opgeven waarvoor je gaat tanken, wanneer je echter voor minder dan het opgegeven bedrag tankt moet enkel het getankte bedrag betaald worden.  Dit bedrag wordt gevraagd omdat het in IJsland blijkbaar vaak de gewoonte is “voor een bepaald bedrag te tanken”, de tankbeurt stopt dan wanneer het bedrag bereikt is.

Tijd

IJsland volgt de GMT-tijd, dit betekent dat het in de winter 1 uur en in de zomer 2 uur vroeger is dan in België.  In de zomer heb je door de middernachtzon meestal veel minder besef van tijd.

Categories: Reizen naar IJsland Tags: ,

Reizen naar IJsland – Het binnenland

March 31st, 2009 1 comment

Het IJslandse binnenland vraagt specifieke voorbereiding en planning.  De meeste mensen vermijden het binnenland tijdens een eerste IJslandreis en da’s eigenlijk zo slecht nog niet.  Er valt meer dan genoeg te zien langs de ringweg en het binnenland houdt bepaalde ”risico’s’ in, al moet je nu niet gaan denken dat 1 op de 5 die het binnenland intrekt er niet levend uitkomt ofzo.

Als je met een eigen of huurauto door IJsland trekt is het binnenland taboe als je geen 4×4-voertuig hebt.  Een 4×4 is er niet verzekerd en de ‘wegen’ laten het gewoon niet toe.  Enkel de Kjölur (F35) en Kaldidalur (F550) zijn doenbaar als je auto niet te laag hangt en je bereid bent het risico te nemen.  Zorg dat je sowieso een reserveband meehebt, verzeker je ervan dat hij niet lek is en dat je je wielen eraf krijgt, ook bij een huurauto.

Het binnenland heeft een ander klimaat dan de kust: de dagen zijn er iets warmer maar de nachten veel kouder.  Daarnaast kunnen er in hoger gelegen gebied, ook in de zomer, onverwacht sneeuwstormen opsteken.  Op dergelijke zaken moet je voorbereid zijn.  Het binnenland is enkel in de zomermaanden geopend, in alle tankstations is een kaartje te vinden welke wegen geopend zijn.  Raadpleeg dit altijd voor je door het binnenland trekt, samen met het weerbericht.  Het binnenland doorsteken als er zware regenbuien worden verwacht is geen goed idee.

Wil je het binnenland doortrekken maar heb je geen ervaring met rijden in een 4×4 en hiermee rivieren doorwaden, steek het binnenland dan in konvooi door.  Op de gekende routes is er meestal wel wat verkeer, zeker op de Kjölur en de Sprengisandur kan het ‘druk’ zijn, sta je voor een rivierdoorsteek en vertrouw je het niet 100%, wacht dan tot er iemand anders aankomt die je bij problemen uit de nood kan helpen.

Het binnenland kan ook te voet doorgetrokken worden.  Zeer gekend is de Laugavegur van Landmannalaugar naar Thorsmork.  Er zijn berghutten onderweg maar je kan ook kamperen, degelijk kampeermateriaal is ten zeerste aangeraden gezien het ‘s nachts kan vriezen en je mogelijk op ijsvelden moet kamperen.  Ook kaart, kompas en eventueel gps zijn onontbeerlijk, door de mist zie je soms maar enkele meters voor u.  Vergeet ook niet dat in het IJslandse binnenland de sneeuwgrens al op enkele honderden meters ligt, je hebt al alpiene omstandigheden op lage hoogte, hou hier rekening mee in uw voorbereiding.  Zolang je niet op gletsjers gaat lopen, wat je sowieso niet zonder gids moet doen, heb je echter geen klimmateriaal nodig.

Rivierdoorsteken zijn in het binnenland onvermijdelijk (met uitzondering van Kjölur en Kaldidalur), het ideale is dan ook een paar sandalen mee te nemen.  Een afritsbare broek is ook handig, en een nordic- of wandelstok voor wie makkelijk zijn evenwicht verliest.  Vergeet niet dat het smalste stuk van een rivier meestal het moeilijkst te doorwaden is omdat de stroming daar sterker is, onthoud dit ook wanneer je met een 4×4 een rivier doorsteekt.  Wanneer je dit doet verken je de rivier trouwens best eerst te voet.

Hou er verder rekening mee dat er weinig tot geen gsm-ontvangst is in het binnenland (in de rest van IJsland is dit trouwens ook niet om naar huis te schrijven).  Wanneer je een riskante route volgt of te voet gaat verwittig je best iemand waar je wanneer verwacht aan te komen.  Verder is vooral een portie gezond verstand en een goeie voorbereiding het belangrijkste voor een binnenlandtrip.

Categories: Reizen naar IJsland Tags: ,

Reizen naar IJsland – Mooie plekjes (2)

March 22nd, 2009 No comments

Wanneer je de ringweg in tegenwijzerszin richting noordoosten volgt passeer je Egilsstadir.  Van hieruit vertrekt weg 93 naar Seydisfjordur waar de veerboot van en naar Denemarken vertrekt.  Je rijdt er over een mooie pas met talloze watervallen.  Wanneer we de ringweg verder naar het Noorden volgen, passeren we de wegen 864 en F862.  Beide wegen gaan elk langs een kant van de kloof die de Jökulsa a fjöllum rivier doorsnijdt, in deze kloof ligt onderandere de Dettifoss, Europa’s krachtigste waterval met een enorm debiet, en zijn kleinere broertjes.  Je kan de waterval langs beide kanten zien maar je hebt het mooiste uitzicht vanop de westerlijke zijde via de F862, deze weg is echter enkel te berijden met een 4×4.  Langs deze kant slingert zich ook een mooi wandelpad door de kloof waar je onderandere van touwen moet gebruikmaken om langs de rotsen af te dalen.  Het pad is aangeduid en staat op een plannetje aan de parking bij de watervallen.  Wanneer je de F862 of 864 verder naar het noorden volgt kom je uit in Asbyrgi, een eenzaam rotsplateau waar een grote camping is.  Hier vertrekt ook een wandeling langs de rivierkloof waar je tussen diverse basaltformaties in vreemde vormen loopt (je kan deze wandeling ook starten aan de camping bij Hljodaklettar langs de F862).

Na Asbyrgi kan je terug naar de ringweg, of je gaat naar Husavik via de 85.  Husavik is bekend om zijn walvissafari’s, je gaat er enkele uren met een boot de zee op om walvissen te spotten.  Verder is er ook een walvismuseum, wat toeristische winkeltjes en een (basic) camping.

Na Husavik kan je via de 87 of de 85 naar Myvatn, op Reykjavik en de ‘golden circle’ na wellicht de meest toeristische plaats in IJsland.  Myvatn ligt in een geologisch actief gebied en dit is te zien aan het zeer wisselende landschap.  Je hebt er onderandere Hverarönd, vlak naast de ringweg, een solfatarenveld waar stoom zo uit de grond spuit en met putten vol kokende modder.  Verder kan je er een wandeling op de zwavelbergen maken.
Aan de oostkant van Myvatn kan je Dimmuborgir bezoeken, niet de black metal groep, wel een reeks grillig gevormde lavabergen.  Iets verderop ligt de Namafjall, een vulkaan waar je een rondje rond de krater kan wandelen.  Meer naar het zuiden van Myvatn liggen ook nog een aantal psoedokraters.  Wie wil kan ook nog de berg naast Myvatn beklimmen (de naam ontglipt mij), aan de oostkant van het meer langs weg 848 ligt een (slecht aangeduid) wandelpad naar de top van de berg.
Iets naar het oosten van Myvatn aan weg 863 ligt het Krafla-systeem waar je op een lavaveld van een uitbarsting van de jaren 70 kan wandelen, de lava is nog steeds warm!  De warmtekrachtcentrale van Krafla kan je onder begeleiding bezoeken.  Tussen Krafla en Myvatn ligt de ‘blue lagoon’ van Noord-IJsland, een absolute aanrader voor wie de IJslandse ‘ontberingen’ eventjes wil vergeten, een stuk rustiger en goedkoper dan de echte blue lagoon.

Na Myvatn trekken we verder richting Akureyri.  Onderweg passeren we de Godafoss of ‘waterval van de goden’, een waterval die vaak gebruikt wordt in reclamespotjes en andere filmpjes.  In Akureyri zelf kan je de botanische tuin bezoeken waar door het bijzondere klimaat planten groeien die je normaal in zulke noordelijke streken niet terugvindt.  Verder is Bautinn, een restaurant niet ver van de haven, een aanrader als je ‘betaalbaar’ en lekker wil eten.

Na Akureyri worden het terug lange autoritten.  Wie een 4×4 heeft kan via de F35 een doorsteek naar het zuiden maken.  Het noordelijke gedeelte van de weg is goed te doen, het zuidelijke is echter een stuk slechter.  Onderweg kom je geen rivierdoorsteken tegen, je moet enkel een klein beekje over.
Anderen kunnen de ringweg verder volgen.  Meer naar westen hebben we nog Hvitserkur (weg 711), een rots in de zee in de vorm van een dinosaurus of een draak.  Wie veel tijd heeft kan de westelijke fjorden bezoeken, hier wonen nog minder mensen dan in de rest van IJsland.  Een aanrader voor wandelaars is Hornstrandir, hier is werklijk ‘niks’ meer, je kan er alleen per boot vanuit Isafjordur komen.  Vanuit de westfjorden vertrekt een autoferry naar Stykkisholmur aan de rand van Snaefelsness.

Wie de ringweg verder volgt kan een omweg maken naar Snaefelsness, dit noemt men ‘IJsland in het mini’ omdat hier veel verschijnselen die je overal op IJsland tegenkomt te vinden zijn.  De Snaefellsjokull is bekend als vertrekpunt in het verhaal ‘reis naar het midden van de aarde’ van Jules Verne.

Wie de F35 (Kjölur) doorsteekt vindt ongeveer op het midden van deze route Hveravellir waar er terug stoom uit de grond spuit en je een natuurlijk warmwaterbad kan nemen met uitzicht op de Hofsjökull gletsjer.  Als je verder de F35 volgt, kom je uit op de Gullfoss, één van IJslands meest bekende watervallen (vanuit het zuiden ook bereikbaar met de gewone wagen, het asfalt loopt tot aan de Gullfoss).  Meer naar het zuiden vinden we de bekende Geysir, die helaas nog maar enkele keren per dag een paar meters hoog spuit, en zijn broer de Strokkur die om de 10 minuten een straal van zo’n 20 meter hoog spuit.  Een aanrader is de camping vlak naast de geisers, je kan deze dan ‘s nachts wanneer alle toeristen weg zijn bezoeken.

Tussen Geysir en Reykjavik kan je nog Thingvellir bezoeken, hier zie je duidelijk de breuklijn tussen de Europese en de Amerikaanse plaat en kan je in ‘niemandsland’ wandelen.  Verder is hier het IJslandse parlement ontstaan.  Als afsluiter kan je Reykjavik bezoeken en als afsluiter gaan zwemmen in de Blue Lagoon.

Categories: Reizen naar IJsland Tags: ,

Reizen naar IJsland – Mooie plekjes (1)

March 8th, 2009 No comments

In dit stuk overloop ik een aantal interessante plaatsen op IJsland.  Hierbij volg ik globaal gezien vanuit Reykjavik de ringweg tegenwijzerszin.  Dit is de meest gebruikte richting omdat je dan ‘wind in de rug hebt’.  Sommige mensen verkiezen echter de ringweg in wijzerszin te volgen omdat ze dan aan de ‘binnenkant’ van het eiland rijden en dus minder last hebben van de steile kliffen zonder vangrails als de weg langs de kust loopt (vooral in de oostfjorden).

Wanneer je met het vliegtuig landt passeer je op weg naar Reykjavik de meest bekende toeristische attactie van IJsland: The Blue Lagoon, een kuuroord met melkblauw water met -naar men zegt- helende eigenschappen.  Die Blue Lagoon doe je echter beter aan op je laatste dag IJsland, als afsluitertje en om eens te genieten na een wellicht vaak lastige reis.

Over Reykjavik zelf heb ik niet zoveel te vertellen, mij kwam het eerder als een nogal saaie en onsympathieke stad over.  Het ‘beruchte’ uitgaansleven op vrijdag- en zaterdagavond moet je wel zeker eens meegemaakt hebben, maar zorg dat je geen massa’s uitgeeft, alcohol is verschrikkelijk duur op IJsland.  Wanneer je Reykjavik buitenrijdt richting zuidoosten passeer je onderandere de geothermische centrales waar men het warme water voor Reykjavik uit de grond haalt.  Verder passeer je ook, als ik mij niet vergis, enkele geothermisch verwarmde serres waar men o.a. tomaten kweekt, die overigens nog steeds duurder zijn dan de al dure geïmporteerde tomaten.

Wie Landmannalaugar wil aandoen kan vanop de ringweg weg 26 nemen en daarna de F208 (voor gewone auto’s) of de kortere F225 (voor 4×4 vanwege de rivierdoorsteken maar een zéér mooie weg).  Het is een heel eind rijden (en je kan het ook op het einde van je reis aandoen, bvb. na een bezoek aan Thingsvellir) maar absoluut de moeite waard,  Landmannalaugar is voor mij één van de mooiste plaatsen ter wereld, en de plek waar de Laugavegur, IJslands beroemdste trektocht, vertrekt.  Onderweg naar Lanmannalaugar heb je zicht op de Hekla, een (actieve?) vulkaan en volgens oude verhalen de poort naar de hel.  Verder naar Landmannalaugar wordt het landschap, zeker als je de F225 neemt, steeds hallucinanter, tot je in Landmannalaugar aankomt waar je bergen in werkelijk alle mogelijke kleuren hebt.  Je hebt er ook een heetwaterriviertje waar je in kan gaan zwemmen.  In Landmannalaugar zelf is er een berghut en een camping.  Wie met een gewone auto komt moet echter nog een stukje (0,5 km) te voet doen omdat er vlak voor Landmannalaugar een rivierdoorsteek is.
Vanuit Landmannalaugar vertrekt de Laugavegur trektocht richting Thorsmork (en Skogar voor de waaghalzen zonder hoogtevrees), het mooiste stuk is echter de eerste etappe tot de Hraftinusker-hut.  Je kan bijvoorbeeld in één dag naar de hut trekken en de volgende dag terugkeren (ongeveer 15km heen), als het weer echter meezit en je vroeg genoeg vertrekt kan je in één dag heen en terug, of je kan een deel van de tocht doen.  Onderweg kom je een aantal mini-geisertjes tegen.  Heel belangrijk is dat je een goeie kaart of gps hebt, er kan snel mist opzetten waardoor je nog maar amper enkele meters voor u ziet, daarom dat er op de hoger gelegen stukken om de paar meter een stok staat.

Als je verder de ringweg richting zuidoosten volgt passeer je enkele mooie watervallen.  Het meest interessant is om er een ‘watervallendag’ van te maken.  De interessantste zijn de Sejlandsfoss waar je ook achter de waterval kan lopen.  Minder bekend is zijn buur Glufrafoss, iets meer naar het noorden, die verborgen ligt achter enkele rotsen.  Je moet door het ijskoude water om de waterval te zien maar ‘t is wel een hele mooie.

Als je verderrijdt heb je de bekende Skogafoss, een zeer mooie waterval.  Je kan enkel voor de Skogafoss gaan, of je neemt het pad naar omhoog en passeert nog tientallen andere mooie watervallen.  Dit pad is in omgekeerde richting trouwens het verlengde van de Laugavegur trektocht, de kans zit er dus dik in dat je enkel backpackers kruist.

Verder naar het oosten kan je nog stoppen bij Dyrholaey (vlakbij Vik), het meest zuidelijke punt van IJsland.  Hier heb je een vogelrots waar je papegaaiduikers tot op enkele meters kan naderen en je ze in de zee naar vis ziet duiken.

Wanneer je vanuit Vik verderrijdt verandert het landschap volledig in lavavelden (Eldhraun) en later een kale zwarte spoelzandvlakte, een zeer bijzonder uitzicht.  Om de zoveel jaar overstroomt deze vlakte door water dat door de Vatnajokull gletsjer breekt.  Die Vatnajokull zie je trouwens stilletjesaan opdoemen, tot de ringweg quasi aan de rand van de gletsjer komt.  Hier ben je in Skaftafell Nationaal Park, waar je onderandere de Svartifoss waterval hebt (eentje die je in veel boekjes over IJsland tegenkomt).  Verder kan je hier mooie wandelingen met zicht op de gletsjer maken of onder begeleiding van een gids een tocht(je) op de gletsjer maken.  Vanuit Skaftafell vertrekken zelfs tochten naar de hoogste berg van IJsland.

De volgende stop is één van IJslands meest bekende en mooiste plekjes: Jokulsarlon, het beroemde gletsjermeer waar honderden enorme ijsblokken op ronddrijven.  Het is mogelijk met een soort amfibievoertuig op het meer rond te varen, al vind ik dat zijn geld niet waard, het uitzicht is minstens even mooi langs de rand van het meer.  Vergeet ook niet naar de kust te gaan waar soms hele ijsklompen aanspoelen.  In het gletsjermeer zijn ook vaak zeehonden te spotten én hier heeft men een James Bond film (Die another Day) verfilmd.

Eenmaal voorbij Jokulsarlon is het meest interessante van zuid en oost IJsland voorbij, de meeste mensen rijden dan ook door tot noord IJsland.  Meer daarover in het volgende stuk.

Categories: Reizen naar IJsland Tags: ,

Reizen naar IJsland – Kledij

February 21st, 2009 1 comment

Op IJsland kan het, ook in de zomer, ijzig koud zijn.  Onaangepaste kledij kan een hele reis verpesten en kledij is dus zeer belangrijk op IJsland.  Iedereen kent het gezegde “er bestaat geen slecht weer, alleen slechte kleding” wel.  Globaal gezien is het simpel: Neem gewoon kledij mee alsof je naar een Belgische winter trekt.  Meer in detail werk je best volgens het drielagensysteem.

De grootste vijand op IJsland is niet de koude, noch de regen, maar de wind.  Zelfs op een mooie zomerdag kan een stevige wind je doen rillen van de kou, winddichte kledij is dus nodig.  Je draagt best een goeie regen- en winddichte jas.  Eentje die niet “zompig” wordt na een regenbui en je mooi winddicht “afsluit”.  Het nadeel van dergelijke jassen is dat ze dan weer slecht ademen waardoor je makkelijker zweet en klef wordt, met de duurdere jassen heb je dat veel minder.  Zorg dat je jas een regenkap heeft en als je het extra comfortabel wil houden een soort elastieksysteem dat ervoor zorgt dat er ook geen wind langs de onderkant van je jas binnenwaait.  Extra aandachtspunt voor de regenkap zijn de touwtjes waarmee je ze aantrekt: kijk of je jas ‘opbergzakjes’ voor die touwtjes heeft zodat ze niet in je gezicht slaan als het hard waait.

Jeansbroeken zijn uit den boze op IJsland, ze houden misschien wel wat wind tegen maar worden kletsnat, zwaar en oncomfortabel na een regenbui.  Daarnaast zijn ze sowieso al redelijk zwaar.  Handiger is een lichte winddichte broek die zeer snel droogt.  Wil je wat meer comfort dan kan je voor een dikkere broek gaan, zolang je er maar op let dat ze winddicht is en snel droogt.  Als extraatje kan je een simpele regenbroek meenemen voor als het echt hard gaat regenen, die regenbroeken houden ook nog eens de wind tegen.  Bij voorkeur draag je lange broeken, makkelijk zijn de afritsbare broeken voor als je een rivier moet doorwaden of het gewoon mooi weer is.  Verder zijn een muts en handschoenen onontbeerlijk.  Je zal ze zeker niet altijd nodig hebben maar het houdt je wel warm tijdens de koudere dagen en ‘s avonds als het begint af te koelen.

Onder je jas draag je uiteraard een trui.  Neem geen 10 exemplaren mee naar IJsland, in principe is één à twee genoeg.  Fleece is ideaal.  Als het wat warmer wordt en je je jas kan uittrekken isoleert fleece nog steeds voldoende om geen kou te lijden.  De typische IJslandse wollen truien zijn duur en kunnen wat ‘prikken’ maar zijn wel zeer warm, ook als ze nat zijn.  In tegenstelling tot veel landen waar de ‘lokale kledij die aan toeristen verkocht wordt’ al tientallen of honderden jaren niet meer gedragen wordt, lopen veel IJslanders nog steeds rond in die truien, dit zegt ook wat over de kwaliteit en bruikbaarheid van deze truien.  Heb je niet voldoende aan één trui, draag er dan twee over elkaar maar let op dat je het “lagensysteem” niet verstoort.  Onder je trui draag je ademende kledij die het vocht afvoert naar de buitenste lagen dus zeker geen t-shirts die makkelijk nat en klef worden.  Als je kledij nat wordt en je stopt met bewegen, krijg je het snel zeer koud.  Wie “kouwelijk” is draagt onder dat alles thermisch ondergoed zodat het lekker warm blijft, voor de meeste mensen is dit echter niet nodig.

Qua schoenen zijn trekkingschoenen onontbeerlijk.  Zorg dat ze voldoende waterdicht zijn, een harde zool hebben (eentje die je niet zomaar kan plooien), een goeie grip hebben en vooral zeer goed zitten (blaren!).  Op schoenen mag je nooit besparen, ga dus geen trekschoenen van 50 € in de Decathlon gaan kopen.  Ook je kousen zijn belangrijk, wie veel wandelt gebruikt best trekkingkousen.  Elke dag een vers paar is nodig, eventueel onderweg wassen.  Neem vooral dikke kousen mee, de dunne zijn waardeloos.  Daarnaast neem je best schoeisel mee dat in het water mag mee, da’s handig als je rivieren moet doorwaden.  Een paar waterdichte sandalen of crocs zijn hiervoor ideaal.  Schoenen loop je best op voorhand in, en dat doe je niet met éen wandeling van 2km.  Wie makkelijk blaren kweekt neemt hiervoor best materiaal mee.  Volgende methode zorgt ervoor dat ik geen blaren krijg:

Eerst met een anti-respirant spuitbus op uw voeten spuiten, vooral tussen de tenen (Hansaplast, verkrijgbaar bij de Colruyt).  Daarna tussen de tenen en de ‘hotspots’ waar je makkelijk blaren krijgt uw voeten insmeren met zalf tegen blaren (verkrijgbaar bij Decathlon) en daarna op de ‘hotspots’ (bij mij voorste zijkant van de voeten, grote en kleine teen en het vetkussen voor mijn tenen) anti-blarentape plakken.  Het is wat werk, en na een rivier doorwaad te hebben mag je herbeginnen, maar het heeft mij al heel wat misérie bespaard.

Het is, behalve eventueel voor je schoenen en jas, niet nodig duur gespecialiseerd ‘ademend’ trekkingmateriaal te kopen.  Je trekt nog altijd ‘maar’ naar IJsland en niet naar Groenland of Antarctica, met een beetje gezond verstand geraak je er ook wel.  Vooral als je kampeert moet je echter extra aandacht besteden aan de kledij die je meeneemt omdat je deze niet zomaar ergens kan drogen en ‘s avonds niet in een warme kamer terecht kunt.  Een extra tip voor wie kampeert: Op de camping in Asbyrgi zijn er een soort kasten met warme lucht beschikbaar waarin je je kleding kan hangen om te drogen.  Op andere campings ben ik dit nog niet tegengekomen.
Hoeveel kledij je meeneemt is afhankelijk van hoe je naar en door IJsland trekt, maar het is zeker niet nodig pakken mee te nemen.  Eventueel kan je ze onderweg wassen, bijvoorbeeld hebben veel campings een wasmachine waar je voor een prikje je kleren kan wassen.

Ten laatste: Zorg dat je altijd voldoende (regen)kledij meehebt als je op tocht vertrekt.  Het weer kan snel en onverwacht omslaan van een mooie zomerdag naar een winderige regenbui.  Wie cameramateriaal meeneemt moet zeker voor een waterdichte tas zorgen om zijn materiaal droog te houden.

Het IJslandse weer is zeer wisselvallig, dus, zoals ze daar zeggen, staat het weer je niet aan, wacht dan tien minuten.

Categories: Reizen naar IJsland Tags: ,