Reizen naar IJsland – Kamperen op IJsland
Kamperen is dé manier om IJsland te verkennen. Je gaat en staat waar je wil en zit letterlijk middenin de natuur. Een kampeertrip naar IJsland vergt wel wat meer materiaal en voorbereiding dan een tripje naar het zuiden van Frankrijk.
De tent is zeer belangrijk. Op IJsland heb je, ook in de zomer, alle mogelijke weercondities en dus heb je ook een tent nodig die deze kan weerstaan. Met een Decathlontent van 50 € moet je niet naar IJsland gaan, bij stevige wind knappen de stokken gewoon en dan spreken we nog niet over de waterdichtheid. Je koopt beter een duurdere en vooral stormvaste tent. Ook de haringen zijn belangrijk, de kleine haringen die bij de meeste tenten zijn bijgeleverd zijn onvoldoende voor IJsland, waar je vaak op rotsachtige bodem zal kamperen. Je koopt beter grote dikke haringen die weliswaar een stuk meer wegen maar je tent tenminste stevig verankeren in de grond, een must met de IJslandse wind. Vergeet ook geen hamer. Een punt waar je ook op moet letten, is dat je tent opgespannen kan opstaan zonder verankering (d.w.z. dat de stokken de tent opgespannen houden en niet de haringen, dit is met de meeste tenten, zeker de goedkopere, niet het geval!). Dit maakt het opzetten een stuk eenvoudiger en geeft je meer flexibiliteit in het plaatsen van je haringen in rotsachtige ondergrond.
Qua slaapzak neem je best een slaapzak die tot 0°C isoleert mee. Ga je kamperen in het binnenlandof of op de Laugavegur, heb je een slaapzak nodig die nog lager kan gaan. Wie niet kouwelijk houdt het meestal ook wel in een slaapzak tot 5°C. Heb je een slaapzak die niet tot zo’n lage temperaturen isoleert hoef je geen nieuwe slaapzak te kopen, er bestaan een soort fleecen ‘zakken’ die je als extra laag in je slaapzak kan leggen. Wat ook helpt bij koude nachten is wat kleren op je slaapzak leggen. Als ondergrond zijn de zelfopblazende matjes ideaal. Ook hier ga je best niet voor het goedkoop materiaal, koop eentje dat goed isoleert, de grond kan namelijk ijskoud zijn. De therm-a-rest matjes zouden hiervoor ideaal zijn, maar wel duur. Een zaklamp of andere verlichting heb je tijdens de IJslandse zomermaanden in principe niet nodig, het wordt er toch nooit echt donker. Wie niet kan slapen in het licht neemt best zo’n ooglapje mee.
Wie kampeert kookt meestal zelf zijn potje. De Campingaz-cartridges die meestal bij ons gebruikt worden zijn, met uitzondering van de doorprikcartridges, zeer moeilijk te krijgen op IJsland. De Primus-cartridges zouden beter verkrijgbaar zijn maar je informeert je best op voorhand. De meeste tankstations in de buurt van Keflavik en Reykjavik (Olis) verkopen het één en ander van gascartridges en eventueel ook bijhorende branders, deze worden ook op de camping in Reykjavik verkocht. Deze camping verkoopt (in 2009) CampinGaz cartridges (CV470plus) en Coleman (C250). Op campings in Reykjavik en Keflavik is meestal ook een bak met halfvolle cartridges achtergelaten door mensen die deze niet mogen meenemen op het vliegtuig. In noodgevallen kan je iets bij een outdoorshop kopen, een lijst vind je hier. Wil je 100% zeker zijn, koop dan een multifuel-brander, dan kan je zelfs op benzine of diesel koken (is wel luidruchtig en stinkt). Dit zijn echter dure kookstelletjes en thuis oefenen is een must! Een windschermpje voor rond je kooktoestel is gezien het IJslandse weer onontbeerlijk. De grotere campings hebben vaak een aparte kookruimte of -tent, vaak met kookvuur en wat kookmateriaal. Uiteraard neem je ook zelf het één en ander van kookgerief mee.
Er zijn een 200-tal campings op IJsland, de meeste grotere plaatsen hebben er wel eentje. In veel plaatsen liggen de campings in het centrum, meestal in de buurt van het sportcentrum of zwembad. De campings zijn meestal bewegwijzerd, je kan ze niet missen. Kamperen op IJsland is redelijk goedkoop, reken zo’n 10 € per persoon per nacht. Behalve in de grotere of de meer toeristische plaatsen zijn de campings echter zeer basic, vaak heb je niet meer dan een wc en een (af)wasbak. Sommige campings liggen naast een hotel of zwembad en in de overnachtingsprijs is dan ook een douche- of zwembeurt inbegrepen. Op de meeste campings zijn de douches betalend met muntjes, wat eigenlijk vreemd is gezien ze het warm water daar zo uit de grond halen. Het warme water stinkt vaak naar zwavel maar dat word je snel gewoon. Niet alle campings hebben een receptie, soms moet je je in het nabijgelegen hotel of berghut aanmelden, meestal komt er iemand rond om af te rekenen.
Op heel IJsland, met uitzondering van de nationale parken, is het toegelaten wild te kamperen. Uiteraard moet je wel toestemming vragen aan de landeigenaar om op zijn grond te mogen slapen, IJsland is echter uitgestrekt genoeg om ook op ‘niemandsland’ te kunnen kamperen. Hou je aan de ‘leave nothing but footprints, take nothing buth pictures’-regel. Al het (koude) rivierwater op IJsland is drinkbaar én lekker, m.u.v. smeltwater (grijze of grijsblauwe kleur). Op de meeste toeristische plaatsen is er een gratis publieke wc (wcpapier meenemen!). Wie het ‘in de natuur’ doet doet dit op minstens 10m van rivieren of beekjes en stroomafwaarts tenopzichte van je kampeerplek. U verbergen achter een boom of struik lukt meestal niet want die zijn er gewoonweg niet. (Af)wassen doe je ook altijd stroomafwaarts van je kampeerplek en gebruik altijd biologisch afbreekbaar afwasmiddel (Ecover en consoorten), gooi uw afwaswater niet in de rivier of beek weg.
Comments